Ongeveer 200 mensen hebben vrijdagavond deelgenomen aan de demonstratiemars tegen de geplande noodopvang voor vluchtelingen op een voetbalveld van voetbalclub IJFC. De mars vertrok rond 18.00 uur vanaf het sportpark richting het stadhuis, waar een petitie werd overhandigd aan burgemeester Ester Weststeijn en wethouder Edwin Tas.
De demonstratie werd ondersteund door leden van voetbalclubs IJFC en VVIJ, ouders en andere betrokken inwoners. Veel kinderen liepen mee in clubkleding en droegen borden met teksten als “Wij willen voetballen” en “Blijf van ons veld af”. De clubs stellen dat zij al kampen met een tekort aan speelvelden en vinden de gekozen locatie daarom ongeschikt.
De gemeente IJsselstein maakte vorige maand bekend dat op een van de velden van IJFC vanaf juni een tijdelijke noodopvang zal worden ingericht voor maximaal 150 vluchtelingen en asielzoekers. Het gaat voornamelijk om gezinnen en partners van statushouders die via gezinshereniging naar Nederland komen. De opvang blijft naar verwachting zes maanden staan.
Tijdens de demonstratie werd een petitie aangeboden met ruim 2600 handtekeningen onder de titel “Bescherming van sportvoorzieningen tegen herbestemming voor noodopvang”. Volgens de organisatoren zijn de meeste ondertekenaars afkomstig uit IJsselstein.
Bij de protestmars waren ook enkele leden aanwezig van de actiegroep Nationale Trots, die zich uitspreekt tegen asielopvang. De politie was zichtbaar aanwezig om de demonstratie in goede banen te leiden. Volgens aanwezige verslaggevers van RTV Utrecht en het AD verliep de mars overwegend rustig, hoewel bij het stadhuis enkele fakkels werden afgestoken.
De protesten volgen op eerdere onrust rond het besluit van de gemeente. Afgelopen weekend vonden vernielingen plaats bij het gemeentehuis en werden stenen en zwaar vuurwerk gegooid. Daarbij raakte een politieagent gewond.
Voorzitter Remco Bloemheuvel van IJFC benadrukte eerder dat de club zich vooral richt op het behoud van sportvoorzieningen en niet op de bredere politieke discussie rond asielopvang.
Foto’s met dank aan Bart

